Whatsapp
—Jagersverhalen

De laatste nacht in Rydaholm

De laatste nacht in Rydaholm

Zaterdagochtend 11 april 2026 begon het avontuur. Nog voorde zon goed en wel boven de horizon stond, vertrok ik samen met mijn zoon Aaronen schoonzoon Rick richting het diepe zuiden van Zweden. Onze bestemming lagverscholen tussen uitgestrekte bossen en spiegelende meren: het kleine plaatsjeRydaholm, waar Anton ons opwachtte.

We hadden één duidelijke missie.

Een zwijn strekken.

De reis verliep soepel. Kilometers asfalt maakten langzaamplaats voor eindeloze dennenbossen, rode houten huizen en de stilte die alleenScandinavië lijkt te kennen. Tegen het einde van de middag reden we het erf vanAnton op. De frisse lucht rook naar nat mos en houtvuur. Hier begon het echteavontuur.

De zondag stond in het teken van de natuur. We maakten eenlange tocht door het Zweedse landschap, langs heuvels, meren en eindelozebossen. Het leek alsof achter iedere boom iets leefde. Overal sporen van wild.En natuurlijk ontbrak de koning van het noorden niet: de eland. De natuurvoelde hier niet gemaakt of onderhouden — ze leefde, ademde en keek naar jeterug.

Maandagochtend zaten we met een kop koffie aan tafel terwijlAnton de plannen uitlegde. Als jongjager hing ik aan zijn lippen. Dewildcamera’s hadden bevestigd wat we hoopten: de zwijnen waren actief.

“19.30 uur in de hoogzit,” zei Anton rustig. “Blijven zittentot één uur. Kom je tot schot? Observeer goed. Niet meteen naar beneden. Eerstbellen.”

Zijn woorden klonken eenvoudig, maar ik voelde de spanningal opbouwen.

Die avond liep ik met geweer over de schouder enwarmtebeeldcamera in de hand naar mijn eerste hoogzit. De schemering viellangzaam over het bos terwijl Anton nog één keer uitleg gaf.

“Leg hier je geweer. Daar je spullen. En vooral… geniet vanwat de avond brengt.”

Toen hij vertrok, bleef alleen de stilte over.

Of eigenlijk… geen stilte.

Want zodra de nacht viel, kwam het bos tot leven. Het geluidvan regen op bladeren, het kraken van takken, het geritsel van onbekendebewegingen. Vossen verschenen tussen de bomen als schimmen. Dassen schuifeldenonverstoorbaar voorbij. Zelfs de bomen leken te bewegen alsof het bos zelfwakker werd.

Alleen de zwijnen bleven weg.

Die nacht liep ik terug naar de stuga met de gedachte datmijn kans nog wel zou komen.

Dinsdagavond bracht regen en harde wind. Anton keek me aanvoordat ik vertrok.

“Blijf zitten tot diep in de nacht.”

Urenlang zat ik in de kou terwijl regen tegen de hoogzitsloeg. Om 00.10 uur gaf ik het op. Geen beweging. Geen geluid. Alleen storm.

Terug in de stuga wachtte de volgende ochtend een harde les.

“En Ruben, nog wat gezien?” vroeg Anton.

“Alleen vossen en dassen,” antwoordde ik. “Ben om tien overtwaalf weggegaan.”

Anton draaide zijn telefoon om.

Op het scherm stond een foto van meerdere zwijnen op devoerplek.

Tijdstip: 00.20 uur.

Tien minuten.

Slechts tien minuten had ik tekortgedaan.

Alles zakte even weg. Mijn kans leek letterlijk uit mijnhanden geglipt. Maar die teleurstelling veranderde langzaam in vastberadenheid.

Woensdagavond ging ik opnieuw zitten.

Storm of regen — ik zou blijven.

Maar opnieuw verschenen alleen mijn inmiddels vertrouwdebosvrienden. De vossen keken me bijna spottend aan en de dassen leken zichniets meer van mijn aanwezigheid aan te trekken. Alsof het bos wist dat ikwachtte… en mij op de proef stelde.

Toen kwam donderdag.

Mijn laatste kans.

Vrijdag zouden we terug naar huis vertrekken. Vier avonden.Twintig uur turen in het donker. Dit was alles of niets.

Met een laatste restje hoop liep ik opnieuw naar de hoogzit.De uren kropen voorbij. Middernacht kwam en ging. Alleen het zachte ruisen vande bomen hield me gezelschap.

Tot 00.15 uur.

Geritsel.

Anders dan anders.

Mijn lichaam verstijfde direct.

Rustig pakte ik de warmtebeeldcamera. Tussen de bomenverschenen drie grote zwijnen. Voorzichtig kwamen ze dichterbij, aarzelend,wantrouwig. Minutenlang bleven ze twijfelen… totdat ze plotseling omdraaiden enweer verdwenen in het donkere bos.

Mijn hart zonk.

Dit was mijn kans geweest.

Maar enkele minuten later gebeurde het onverwachte.

Twee kleinere zwijnen stapten uit de duisternis. Minderalert. Rustiger. Ze kwamen langzaam dichterbij en begonnen te eten en tewroeten in de grond.

Mijn ademhaling versnelde.

Zou dit dan toch het moment zijn?

Heel voorzichtig legde ik de camera weg en pakte mijngeweer. Door de kijker zag ik de dieren rustig staan. Ik dwong mezelf kalm teblijven. Ademhaling controleren. Hartslag onder controle krijgen.

Wachten.

Niet haasten.

00.25 uur.

Het rechter zwijn draaide weg. Het linker stond perfect.

Ik richtte.

Een fractie van een seconde later verbrak de knal de stiltevan het bos.

Door de terugslag heen bleef ik kijken. Het zwijn sloeg omop zijn zijde, krabbelde overeind en verdween het donkere bos in.

Direct sloeg de twijfel toe.

Had ik hem goed geraakt?

Met trillende handen belde ik Anton.

“Ik heb geschoten.”

“Blijf zitten,” antwoordde hij direct. “Wij komen eraan.”

Tien minuten later verschenen in de verte de lampen vanAnton, Aaron en Rick. Samen liepen we naar de plek van het schot. Op de grondlag bloed. En een stukje long.

Anton keek me aan.

“Dodelijk geraakt.”

Met de warmtebeeldcamera zochten we verder. Slechts vijftienmeter verderop lag hij.

Mijn eerste zwijn.

“Waidmannsheil.”

De omhelzing van Anton, Aaron en Rick voelde alsof allespanning van de afgelopen dagen in één moment verdween. Respectvol bewezen weeer aan het dier voordat we hem meenamen naar de schuur.

Daar, onder het zachte licht van de werkplaats en met muziekvan Elvis Presley op de achtergrond, ontweidden we samen het zwijn. Het is eenoverlopen keiler van 38kg. Buiten sliep het bos alweer verder alsof er nietsgebeurd was.

Later die nacht dronken we met zijn vieren nog een kleinglas. Niet uit overwinning, maar om het moment vast te houden. Om het avontuuropnieuw te beleven terwijl het nog vers in ons geheugen zat.

De missie was geslaagd.

Op de valreep.

En toen we de volgende ochtend terugreden richting huis,bleef mijn hoofd achter in de Zweedse bossen van Rydaholm — tussen de regen, destilte, de vossen, de dassen… en die ene laatste nacht waarin alles samenkwam.

 

...